Weinig interesse of plezier in activiteiten
U neerslachtig, depressief of wanhopig voelen
Moeilijk inslapen, moeilijk doorslapen of te veel slapen
U moe voelen of gebrek aan energie hebben
Weinig eetlust of overmatig eten
Een slecht gevoel hebben over uzelf, het gevoel hebben dat u een mislukkeling bent of dat u zichzelf of uw familie teleurgesteld hebt
Problemen om u te concentreren, bijvoorbeeld om de krant te lezen of om tv te kijken
Zo traag bewegen of zo langzaam spreken dat andere mensen dit opgemerkt kunnen hebben? Of het tegenovergestelde: zo zenuwachtig of rusteloos zijn dat u veel meer bewoog dan gebruikelijk
De gedachte dat u beter dood zou kunnen zijn of de gedachte uzelf op een bepaalde manier pijn te doen